In een vertrouwelijke bui vertelde mijn moe dat ze vroeger wel eens heeft getwijfeld of ze niet bi was. Een fijne MMS-meid op hoge poten, nou ja, met mooie dijen, die haar een paar keer lang wazig had aangestaard had haar doen twijfelen. Maar Bilthoven was in de jaren zeventig van de vorige eeuw nog niet echt toe aan diversificatie en in een wenk nam ze genoegen met een ranzige vlotgebekte Appingedammer die in een handomdraai mijn vader werd. Ook hij, toeval, toeval, was, zo vertelde ze mij, meer een dijen- dan borsten- of billenman. Na een derde Pinot Grigio vertelde moe gniffelend en gnuivend dat ze pa nog van alles moest bijbrengen, de arme man wist alles van de boterberg van de overspelige Mansholt maar niks van simpele fietsenkeldertrucjes die meisjes op jongens toepasten.
Twijfelen, piekeren, peinzen, zit er bij onze familie ingebakken. Dat verklaart mijn studiekeuzegestuiter. Na sociale advocatuur, grafische vormgeving en Neerlandistiek, dacht ik nog even aan ’s lands beste bacheloropleiding ‘global responsibility & leadership’, maar die is niet in Groningen maar in Leeuwarden.
Nu richt ik me op de kunsten. Kunstacademie Minerva opende mij de ogen. Wat een breed bruisend onderwijsaanbod: fine art, autonome beeldende kunst, fijnestoffenapplicatie, design, IRAP, popular culture, 3D-printen, en meer.
De eindexamenwerkstukken imponeren me, hier lijkt het begrip ‘The sky is the limit’ te zijn uitgevonden èn toegepast. Wat een verschil met de Klassieke Academie, een povere eenzijdige kunstenschool ooit opgericht uit onvrede met de al te wild geworden en zogenaamd enkel op conceptuele kunst gerichte moederschool Minerva.
Tentoonstellingen in de Akerk en Pictura tonen wat tien jaar aan merendeels vrouwelijke afgestudeerden van de Klassieke Academie bij elkaar hebben gekwast. Dat kun je toch geen brede kunstopleiding, laat staan academie noemen. Ik zie eenvoudig traditionalistisch handwerk met klei, verf en marterharen penselen. Nergens de tot in de diepste lagen van je ziel geëxploreerde artisticiteit. Alsof je, denkende dat je een opleiding voor autodesign volgt, enkel varkensleren versnellingspookhoesjes met craquelé-effect of cabrio-spaakwielen mag maken.
Wat me bij Minerva wellicht over de streep gaat trekken is het woord ‘verkort’ bij de docentenopleiding. Als zij-instromer een verkort studietraject volgen trekt me. En wat is er mooier dan het beroep docent?




