Om acht uur meldt onze penningmeester die ertegenover woont dat de noodbrugterugplaatsing al een uur geleden is begonnen en bijna klaar is. Als ik 08.45 uur ter plaatse ben is het takelwerk al achter de rug. De vrachtwagen en de kraan pruttelen hun gelijkmatige dieselgeluiden, die in de schemering en motregen goedmoedig klinken. Bij de Amelander bocht, voorbij de onlangs genomineerde geveltuin, staan slordig geparkeerde auto’s die voor de afzethekken wachten. Een toezichthouder in een nieuwe overall spreekt hun geruststellend toe.
Deskundige mannen van Kraanverhuur Transport Friesland BV sjorren de stalen vloerplaten liefdevol en gedecideerd weer vast op de trailer. ‘Die is pas nog door de wasstraat gegaan,’ zegt een belangstellende mevrouw met strak gepolitoerde nagels en een regenkapje op d’r permanentje tegen haar koukleumende hondje.
Woorden als ‘Convoi exceptionel’ en takelwagens met de naam ‘Liebherr’ imponeren me als Märklin en Fleischmann met treintjes spelende kinderen.
Enigszins teleurgesteld vraag ik middendertiger, op werkschoenen wandelende, Bouwe Kootstra uit Harlingen of de klus al geklaard is. Lachend bevestigt hij mijn vermoeden. Stel je even voor: in ruim één uur komt de dieplader aan, wordt de brug opgetakeld en met een aan Friese mannen eigen precisie neergevlijd voor het team van Machinefabriek Rusthoven en Sissing Elektrotechniek die de eindmontage voor hun rekening nemen.
Vol bewondering kijk ik toe. ‘Kom Luciano,’ zegt de mevrouw liefkozend tegen d’r hondje. En als ik haar vragend aankijk voegt ze eraan toe: ‘Ja, ook een Valente, hè.’
De woordvoerder van de monteurs verwacht, vanachter de bouwhekken, dat de klus morgen klaar zal zijn, dus ruim voor de Sunnemeerten en WinterWelvaart drukte.
