Met een dikke negentig DuoLingo-lessen Italiaans voel ik me al heel wat. De hoteleigenaar, de krantenverkoper, de museummedewerker, ach dat gaat allemaal best aardig. Maar nu de gewone Italiaan. Tegen de avond wandel ik in Parma nog even naar het parkje om de hoek. Vrouw I in de hotellobby, druk met Polarsteps, achterlatend.
Daar zie ik haar. Met een aangelijnde hazewindhond. Doorsnede Agnes Kant, Giorgia Meloni en Carola Schouten. Italiaans in alles. Watergolven met een nauwelijks zichtbare paarse gloed op haar hoofdhuid, rinkelende kralen en goud onder de halfopen jas, guitige oogopslag en vette gelnagels, ‘rosso pomodoro’, my favourite. Met een geroutineerde handbeweging sluit ze op afstand haar KIA-picanto.
Ze woont sinds kort in Parma en is dolgelukkig met het stadsgroen, vertelt ze. Als de hazewind zijn rug kromt en zich schrap zet om een drol te draaien, pakt zij, die ik in gedachten al ‘duchessa’ noem, zo’n transparant bezinetankershandschoentje uit d’r tas en maakt aanstalten om de, laat ik het woord dampende achterwege laten, verse drol op te rapen. Met een routine die me blij maakt schudt ze het handschoentje, automatisch binnenstebuiten kerend, af, zodat ze de geplastificeerde drol opvangt in haar handpalm. Hoe ze dat flikt met die nagels? Ze glimlacht warm. Dat ik smelt is veel gezegd, maar ze laat me niet koud.
Net als ik haar wil uitnodigen voor een wijntje zegt ze: ‘Aspettami,’ en wijst naar de vuilnisbak aan de straatoverzijde. Ze moet nog iets kwijt. Ik verbaas me zeer, ze begrijpt mijn stuntelige Italiaans. Dan helpt ze me uit de droom, ze is van oorsprong Nederlandse en hier vijftig jaar geleden komen wonen.
Op wiebelige terrasstoeltjes keuvelen we wat over gedeelde interesses: talen, honden en smerige karweitjes. Bij dat laatste onderwerp kijkt ze me uitdagend aan alsof ze wil zeggen: en nu jij. Ik denk terug aan de tijd dat we in het Drentse dorpje S. woonden. Mollen teisterden ons grasveld. Van buurman Jo leende ik mollenklemmen, maar vergat ze tijdig te checken. Ik pakte de onzicht- en onruikbaar tot milde ontbinding overgegane mol op en wilde ‘m weggooien. Het staartje knapte en de mol verdween in mijn Welkoop-laars. Geschrokken stapte ik naar voren en plette kleine Momfer tussen de stugge harde laarsschacht en mijn scheenbeen. Ik voel het nog.





