Een bont gezelschap buurtbewoners verzamelt zich voor een KetiKoti-wandeling, geleid door kunsthistoricus CayLee van kenniscentrum Waard. Een route van Plantsoenbrug over de Lage der Aa, naar Reitemakersrijge, langs Aa-kerkhof, het Academieplein, tot Rode weeshuisstraat en Grote Markt.
Wij laten ons meenemen naar de zeventiende eeuw, waarin Nederland over 25 koloniën beschikte, alleen Engeland had er meer. Voor Groningen was de West- Indische Compagnie economisch belangrijk. Er ontstond een driehoekshandel: Europese handelswaar als metaal, in Groningen gesmede slaven-handboeien, wapens en textiel werden geëxporteerd naar West-Afrika, tot slaaf gemaakten naar plantages in Zuid-Amerika, Brazilië, en New York (toen Nieuw Amsterdam) en suiker, tabak, koffie en cacao weer terug naar West-Europa.
Veel WIC-schepen deden via Noordzee en Reitdiep Groningen aan. Vandaar de start van de wandeling bij de plantsoenbrug. De stad was belangrijk voor de WIC omdat veel welvarende stadjers investeerden in de WIC. Anderen hadden zelf plantages en waren dus slavenhouders op afstand. De gemeente faciliteerde de WIC door het beschikbaar stellen van vele pakhuizen in de stad. Toen die vol met waar lagen, hele huizenblokken, zoals de West-Indische Opslag, aan Reitemakersreige, maar toen gelegen aan het Zuiderdiep.
De verrijking in de Gouden Eeuw voor West-Europa betekende verarming voor de andere landen. Mensen met kennis en cultuur werden uit Afrika weggevoerd als slaven. Winsten vloeiden naar Europa, grondstoffen werden meegenomen. De macht lag in handen van witte plantagehouders, de Groningse elite.
Groningers waren dus direct betrokken bij de slavernij, maar ook bij de afschaffing daarvan. Groninger rechtsgeleerde Cornelis Star Numan, behoorde tot de abolitionisten, een groep die de slavernij op basis van morele en economische gronden af wilden schaffen. Echter wel tegen vergoeding van het verlies van menselijk kapitaal aan de slavenhouders. Voor een tot slaaf gemaakte op een suikerplantage werd een bedrag uitgekeerd van 6.700 gulden per persoon. De tot slaaf gemaakten kregen geen vergoeding, werden niet geholpen een bestaan op te bouwen.
In Hotel de Doelen aan de Grote markt kwamen in 1841 de abolitionisten, de voorstanders van afschaffing van de slavenhandel, uit Engeland en Groningen bij elkaar. Een grote opkomst, veel groter dan in andere Nederlandse steden. Groningen was een van de belangrijkste centra in Nederland tegen slavernij. In 1873 werd de slavernij afgeschaft.
Ongelijkheid tussen wit en zwart, tussen Europa en Amerika, veel is nog niet uitgewist. Het verschil in voorspoed is nog niet gelijkgetrokken. De zwarte zijde van de gouden eeuw is nog zichtbaar in de gebouwen en de straten van Groningen.
Een bedankje en presentje voor het supergoede verhaal van CayLee sluiten de informatierijke wandeling af.




